Ga naar inhoud

Koppelingen

schakl. draait op je eigen server en praat daarvandaan met de diensten die je bureau al gebruikt: je betaalprovider, je boekhoudpakket, je registrar, je DNS, Google Workspace, je marketingbronnen, de sites die je host en je eigen scripts. Elke koppeling gebruikt jouw eigen account bij die dienst. De sleutel of het token staat versleuteld bij jouw organisatie in de database, niet in een configuratiebestand op de server, en je kunt hem op elk moment vervangen of weghalen.

Instellingen → Integraties: met welke diensten deze werkruimte praat.

Een module en een koppeling zijn twee dingen

Section titled “Een module en een koppeling zijn twee dingen”

De twee woorden worden hier precies gebruikt, en het verschil bepaalt waar een instelling staat.

  • Een module is iets wat schakl. zelf doet. Hij heeft eigen records en eigen schermen, en hij is het waard ook als je elk account bij een andere partij ter wereld opzegt: klanten, contactpersonen, taken, projecten, uren, facturatie, domeinen, rapportage.
  • Een koppeling is een gesprek met de dienst van iemand anders. Hij bewaart een inlog voor een account daarbuiten, en wat hij opslaat is een spiegel van, of een verwijzing naar, gegevens die daar staan.

De toets is één zin: als de leverancier morgen ophoudt te bestaan, is het ding dan weg, of alleen armer? Weg is een koppeling. Armer is een module. Marketing is volgens die toets een module, ook al komt elk getal erop via Google binnen: het dashboard, de periodes en de verhalen zijn van ons, en zonder de koppelingen is het een leeg scherm en geen afwezig scherm.

Daarom zijn het twee schermen, elk als eerste in de groep instellingen waar hij over gaat:

  • Instellingen → Modules: wat schakl. zelf voor deze werkruimte doet.
  • Instellingen → Integraties: met welke diensten schakl. praat.

Een koppeling aanvinken zet meteen de modules aan waar hij zijn gegevens anders nergens kwijt kan, en een module uitvinken zegt bij naam welke koppelingen daarmee meegaan: vóór het opslaan, op een scherm dat ze niet eens toont.

Sleutels voor je eigen scripts staan los van allebei: persoonlijke sleutels onder Instellingen → Mijn account, sectie API en MCP, en sleutels die iemands vertrek overleven onder Instellingen → Service-accounts.

Op elke kaart staat waar hij staat, en er zijn maar twee antwoorden die ertoe doen:

StatusWat het betekent
BeschikbaarEr is een instellingenscherm, een inlog om in te vullen en een handleiding hier. Je kunt hem vandaag koppelen.
Op de roadmapEr valt niets te koppelen. Geen scherm, geen veld, geen meldingsadres. Die kaarten staan er zodat je niet gaat zoeken naar iets wat er niet is, en elke kaart zegt wat je in plaats daarvan gebruikt.
  • Een sleutel is een recht, geen voorkeur. Wie een koppeling mag instellen regel je per rol onder Instellingen → Rollen, los van wie de gegevens mag zien die eruit komen. Een klant met een portaallogin komt nooit bij een koppelscherm.
  • Je koppelt per organisatie, niet per installatie. Er is bewust geen omgevingsvariabele om een Mollie- of Cloudflare-sleutel in te zetten: hij hoort bij de organisatie die hem gebruikt.
  • Een inlog is een rij en geen enkelvoudige instelling. Een bureau heeft zijn eigen Cloudflare-account en klanten brengen het hunne mee; het WordPress-wachtwoord van één klantsite is niet “het” WordPress-wachtwoord. Er wordt dus nooit voor je gekozen: bij twee wordt gevraagd welke.
  • Wat van buiten komt wordt als waarneming bewaard. De koppelingen die toestand van buiten spiegelen bewaren apart wat schakl. besloot en wat het als laatste bij de dienst aantrof, zodat “iemand heeft dit in het dashboard van de leverancier aangepast” zichtbaar wordt in plaats van stilzwijgend overschreven.
  • Een gekoppeld account verwijderen verandert niets bij die dienst. Wat de koppeling al heeft opgeleverd (ontvangen betalingen, aangemaakte monitors, gepubliceerde tags) blijft waar het hoort.